Eind maart vond de 15e European Breast Cancer Conference plaats in Barcelona waarbij diverse BOOG studies aan bod kwamen. Fleur Mauritz presenteerde de resultaten van de BOOG 2010-03 RAPCHEM en ontving daarna de Young investigator innovation award.
De resultaten van de interim analyse van de BOOG 2014-04 LORD werden gepresenteerd door prof. dr. Jelle Wesseling. Daarnaast waren er inspirerende discussies en overview presentaties van oa dr. Marleen Kok, prof. dr. Gabe Sonke, dr. Ritse Mann en dr. Thiemo van Nijnatten.

Ook op de ESMO-Breast in Berlijn werden de resultaten een aantal BOOG studies gepresenteerd zoals de BOOG 2021-01 SEQUEL-Breast, BOOG 2017-03 SONImage en als vervolg op de BOOG-TRAIN studies werd hier de TRAIN-4 studie gepresenteerd.
Begin dit jaar werd de BOOG 2018-01 TRAIN‑3 gepubliceerd in The Lancet Oncology. Link naar publicatie: https://authors.elsevier.com/c/1mdO65EIIgTT3b
De TRAIN-3 studie werd uitgevoerd in 43 ziekenhuizen in Nederland. In de studie is onderzocht of de duur van de neoadjuvante chemotherapie bij patiënten met stadium II–III HER2‑positieve borstkanker kan worden aangepast op basis van de radiologische respons op MRI.
Het primaire eindpunt was het percentage patiënten dat ziektevrij was drie jaar na hun behandeling (Event Free Survival, EFS). Analyses werden afzonderlijk uitgevoerd bij hormoonreceptor-negatieve en hormoonreceptor-positieve patiënten.
De resultaten zijn dat de 3-jaar EFS-percentages onder patiënten behandeld met één tot drie cycli waren 96,1% (95% BI 91,8–100) in de hormoonreceptor-negatieve groep en 98,6% (95,8–100) in de hormoonreceptor-positieve groep. De ziektevrije percentages voor patiënten die vier tot zes cycli ontvingen waren respectievelijk 89,2% (82,4–96,6) en 94,2% (88,8–99,9), en voor degenen die zeven tot negen cycli ontvingen, respectievelijk 90,6% (83,8–98,1) en 85,4% (78,3–93,1%).
De frequentie van bijwerkingen graad 3–4 en neuropathie graad 2 of meer nam toe met het toenemende aantal neoadjuvante chemotherapie cycli. Behandeling gerelateerde ernstige bijwerkingen traden bij 12% van de patiënten op. Er werden geen behandeling gerelateerde sterfgevallen gemeld.
Deze bevindingen toonden aan dat MRI-geleide optimalisatie van de duur van neoadjuvante chemotherapie geassocieerd was met gunstige behandeluitkomsten na drie jaar bij patiënten met stadium II–III HER2-positieve borstkanker. Deze aanpak laat een nieuwe strategie zien die de behandellast en bijwerkingen vermindert en de kwaliteit van leven behoudt bij een subgroep patiënten met vroege HER2-positieve borstkanker.
We zijn erg trots dat we deze studie hebben uitgevoerd binnen de Nederlandse Borstkanker Onderzoeksgroep (BOOG), met hoofdonderzoekers van AVL en Isala en in samenwerking met het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). We willen alle patiënten bedanken die aan de studie hebben deelgenomen, evenals het onderzoekspersoneel in alle Nederlandse ziekenhuizen.